ECLI:NL:RBDHA:2024:4154
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting in vreemdelingenzaak
Verzoeker, van Dominicaanse nationaliteit, kreeg zijn verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd ingetrokken en een terugkeerbesluit opgelegd met een tienjarig inreisverbod. De staatssecretaris verklaarde het bezwaar van verzoeker ongegrond. Verzoeker vroeg de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening die uitzetting zou verbieden totdat op het beroep was beslist.
De voorzieningenrechter constateerde dat er sprake was van onmiddellijke spoed omdat de uitzetting gepland stond binnen enkele dagen na de kennisgeving. Gezien de spoed en aard van de zaak werden partijen niet verder gehoord. De belangenafweging leidde tot de conclusie dat het belang van verzoeker om aanwezig te zijn bij de behandeling van zijn beroep zwaarder woog dan het belang van de staatssecretaris om de uitzetting eerder uit te voeren.
Daarom werd bij wijze van ordemaatregel de uitzetting verboden totdat het beroep is beslist. Tevens werd de staatssecretaris veroordeeld tot betaling van de proceskosten van verzoeker. Een inhoudelijk oordeel over de rechtmatigheid van het besluit werd niet gegeven vanwege de korte termijn.
Uitkomst: De voorzieningenrechter verbiedt de uitzetting van verzoeker totdat het beroep is beslist.