ECLI:NL:RBDHA:2024:4140
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen beëindiging tijdelijke bescherming Oekraïense verzoeker
In deze bestuursrechtelijke zaak heeft de verzoeker, een Oekraïense onderdaan, bezwaar gemaakt tegen het besluit van 11 maart 2024 waarbij zijn tijdelijke beschermingsstatus per 4 maart 2024 werd beëindigd. Verzoeker heeft een voorlopige voorziening gevraagd om tijdens de behandeling van het beroep zijn beschermingsstatus en de daarbij behorende voorzieningen te behouden.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek buiten zitting beoordeeld en geoordeeld dat onverwijlde spoed aanwezig is, aangezien de beschermingsstatus reeds is beëindigd en het beroep nog niet is behandeld. Gelet op het aantal en de aard van de beroepsgronden weegt het belang van verzoeker om de voorzieningen te behouden zwaarder dan het belang van de staatssecretaris om deze per direct te beëindigen.
Daarom is het bestreden besluit geschorst totdat op het beroep is beslist. Tevens is de staatssecretaris veroordeeld tot betaling van de proceskosten van verzoeker, vastgesteld op € 875, conform het Besluit proceskosten bestuursrecht. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het besluit tot beëindiging van de tijdelijke beschermingsstatus is geschorst en de staatssecretaris is veroordeeld tot betaling van proceskosten.