ECLI:NL:RBDHA:2024:409
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag machtiging tot voorlopig verblijf wegens ontbreken beschermwaardig gezinsleven
Eisers, moeder en zus van de referent, hebben een aanvraag gedaan voor een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) om bij de referent in Nederland te kunnen wonen. De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees deze aanvraag af op grond van het ontbreken van een beschermwaardig familie- of gezinsleven zoals bedoeld in artikel 8 EVRM Pro.
De rechtbank oordeelt dat er geen sprake is van meer dan gebruikelijke afhankelijkheid tussen de referent en zijn moeder, noch van hechte persoonlijke banden tussen de referent en zijn minderjarige zus. De door eisers aangevoerde omstandigheden, zoals de situatie in Syrië, het verblijf in Oman en de rol van de referent als beschermer, zijn onvoldoende onderbouwd om het beschermwaardige gezinsleven aan te tonen.
De belangenafweging door de staatssecretaris is voldoende gemotiveerd en evenwichtig, waarbij het restrictieve Nederlandse migratiebeleid en het economische belang zwaarder wegen. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en de aanvraag voor een mvv wordt definitief afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de aanvraag voor een machtiging tot voorlopig verblijf wordt ongegrond verklaard.