ECLI:NL:RBDHA:2024:4085
Rechtbank Den Haag
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek tegen kantonrechter wegens vermeende vooringenomenheid
Verzoekster diende een wrakingsverzoek in tegen de kantonrechter in een civiele zaak, stellende dat de rechter niet alle door haar ingediende stukken had ontvangen en al een oordeel had gevormd. Tevens werd aangevoerd dat de kantonrechter niet naar haar argumenten had geluisterd en te late stukken van de wederpartij had geaccepteerd.
De wrakingskamer stelde vast dat de kantonrechter wel degelijk over alle stukken beschikte en verzoekster de gelegenheid had gegeven te reageren. Het voorlopige oordeel van de kantonrechter werd niet gezien als vooringenomenheid. De acceptatie van te laat ingediende stukken van de wederpartij was een processuele beslissing die niet tot wraking kan leiden.
De kamer concludeerde dat er geen zwaarwegende aanwijzingen waren voor partijdigheid of schijn daarvan en wees het wrakingsverzoek af. Het proces in de hoofdzaak wordt voortgezet in de stand van het wrakingsverzoek.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de kantonrechter is afgewezen wegens gebrek aan bewijs voor vooringenomenheid.