Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
1.De procedure
- de dagvaarding van 21 september 2023, met producties 1 t/m 7;
- de conclusie van antwoord, met producties 1 t/m 10;
- de akte houdende overlegging producties van de Staat, met productie 11.
Rechtbank Den Haag
Eiser is veroordeeld tot een gevangenisstraf wegens overtreding van de Opiumwet en verzocht om plaatsing in een ander detentieregime conform de regels van vóór de wetswijziging van 1 juli 2021. Na afwijzing van zijn verzoek door de selectiefunctionaris en de RSJ, startte eiser een civiele procedure tegen de Staat om alsnog plaatsing in een ZBBI en deelname aan een penitentiair programma af te dwingen.
De rechtbank oordeelt dat eiser niet-ontvankelijk is omdat hij de kwestie reeds aan de RSJ heeft voorgelegd, die een gemotiveerd oordeel heeft gegeven. De afwezigheid van een mondelinge behandeling bij de RSJ doet hieraan niet af, aangezien de RSJ op grond van de Penitentiaire beginselenwet bevoegd is om zonder mondelinge behandeling te beslissen.
De rechtbank wijst het beroep van eiser af en veroordeelt hem in de proceskosten. Hiermee wordt bevestigd dat de civiele rechter niet bevoegd is om een beslissing te nemen over detentieregimes indien een bijzondere rechtsgang met voldoende waarborgen openstaat en is benut.
Uitkomst: Eiser wordt niet-ontvankelijk verklaard in zijn vorderingen tot plaatsing in een ander detentieregime.