ECLI:NL:RBDHA:2024:4055
Rechtbank Den Haag
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek tegen voorzieningenrechter wegens vermeende vooringenomenheid
Verzoeker heeft een wrakingsverzoek ingediend tegen de voorzieningenrechter mr. T.F. Hesselink in een kortgedingprocedure, stellende dat de rechter vooringenomen zou zijn vanwege haar nauwe samenwerking met mr. Hoekstra, tegen wie verzoeker een klacht heeft ingediend.
De wrakingskamer heeft het verzoek behandeld en geoordeeld dat het enkele feit dat de voorzieningenrechter en mr. Hoekstra samen een opiniestuk hebben geschreven en collega’s zijn, geen aanleiding geeft tot het vermoeden van vooringenomenheid. Ook het bestaan van een klacht tegen mr. Hoekstra verandert dit niet.
De kamer benadrukte het uitgangspunt van rechterlijke onpartijdigheid en dat alleen bijzondere omstandigheden een zwaarwegende aanwijzing voor partijdigheid kunnen vormen. Aangezien de voorzieningenrechter geen blijk heeft gegeven van enige vooringenomenheid, is het wrakingsverzoek afgewezen.
De procedure in de hoofdzaak wordt voortgezet zoals die was ten tijde van het wrakingsverzoek. Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de voorzieningenrechter is afgewezen en de procedure wordt voortgezet.