ECLI:NL:RBDHA:2024:4044
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen beëindiging tijdelijke bescherming Oekraïense verzoeker
Verzoeker, een Oekraïense onderdaan, kreeg tijdelijke bescherming die volgens het bestreden besluit van 7 februari 2024 zou eindigen per 4 maart 2024. Verzoeker stelde beroep in tegen dit besluit en verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening zodat hij tijdens de behandeling van het beroep zijn beschermingsstatus en de bijbehorende voorzieningen behoudt.
De voorzieningenrechter oordeelde dat onverwijlde spoed aanwezig was omdat het beroep niet kan worden behandeld vóór het einde van de beschermingsstatus. Gezien het belang van verzoeker om de voorzieningen te behouden zolang het beroep loopt, en het minder zwaarwegende belang van verweerder om de voorzieningen per 4 maart te beëindigen, werd het verzoek toegewezen als ordemaatregel.
Daarnaast werd verweerder veroordeeld tot betaling van de proceskosten van verzoeker, vastgesteld op € 875 volgens het Besluit proceskosten bestuursrecht. De uitspraak werd gedaan door voorzieningenrechter E.F. Bethlehem en is onherroepelijk, zonder mogelijkheid tot hoger beroep of verzet.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt geschorst en verweerder wordt veroordeeld in de proceskosten van verzoeker.