ECLI:NL:RBDHA:2024:3969
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens onvoldoende risico op vervolging voor rekrutering kleinzoon
Eiseres, van Colombiaanse nationaliteit, diende op 3 december 2021 een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel. Deze werd op 9 juni 2023 door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid afgewezen als ongegrond. Eiseres voerde aan dat haar kleinzoon zou worden gerekruteerd door een gewapende groepering, en dat haar dochter en schoonzoon bedreigd werden, waardoor zij gevlucht zijn. Zelf stelde zij geen persoonlijke problemen te hebben ondervonden.
De rechtbank beoordeelde het beroep samen met dat van haar familieleden en concludeerde dat het asielrelaas van eiseres geen zelfstandige grond bevatte. De verklaringen over haar identiteit werden geloofwaardig bevonden, maar het risico op vervolging of ernstige schade bij uitzetting werd niet aannemelijk geacht. Verweerder verwees naar de beschikkingen van haar kleinzoon, dochter en schoonzoon, die eveneens niet overtuigend waren.
De rechtbank oordeelde dat de motivering van het bestreden besluit voldoende was en dat de beroepsgronden niet slaagden. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en eiseres kreeg geen vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard.