Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam], verzoeker
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Verzoeker diende beroep in tegen het niet-tijdig beslissen op zijn asielaanvraag van 27 juli 2021. Verweerder heeft de asielaanvraag uiteindelijk op 14 maart 2022 ingewilligd. Naar aanleiding hiervan heeft verzoeker het beroep ingetrokken en verzocht om vergoeding van de gemaakte proceskosten.
De rechtbank overwoog dat op grond van artikel 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) de rechtbank bij intrekking van het beroep wegens tegemoetkoming door het bestuursorgaan kan besluiten tot proceskostenveroordeling. Omdat verweerder niet binnen de wettelijke termijn had beslist en alsnog aan het beroep tegemoet was gekomen, werd het verzoek tot proceskostenvergoeding als kennelijk gegrond beschouwd.
De rechtbank stelde de proceskosten vast op €437,50, gebaseerd op één punt voor het indienen van het beroepschrift met een waarde per punt van €875 en een wegingsfactor van 0,5, passend bij de lichte aard van het beroep dat alleen betrekking had op het niet tijdig nemen van een besluit. Verweerder werd veroordeeld tot betaling van dit bedrag aan verzoeker.
Uitkomst: Verweerder wordt veroordeeld tot betaling van €437,50 aan proceskosten aan verzoeker.