ECLI:NL:RBDHA:2024:3952
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Veroordeling tot proceskostenvergoeding na niet-tijdig beslissen asielaanvraag
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet-tijdig beslissen op zijn asielaanvraag van 23 maart 2022. Tijdens de procedure heeft verweerder, de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, de asielaanvraag alsnog ingewilligd bij besluit van 17 februari 2023. Vervolgens heeft eiser het beroep ingetrokken en verzocht om vergoeding van de proceskosten.
De rechtbank oordeelt dat verweerder geheel aan het beroep tegemoet is gekomen door alsnog te beslissen op de aanvraag. Op grond van artikel 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht kan de rechtbank in dat geval de proceskosten aan de zijde van eiser toewijzen. De rechtbank stelt de proceskosten vast op € 437,50, gebaseerd op de beroepsmatige rechtsbijstand van een derde en een lichte wegingsfactor vanwege de beperkte aard van het beroep.
De uitspraak is gedaan zonder zitting en openbaar gemaakt via geanonimiseerde publicatie. De rechtbank veroordeelt de staatssecretaris tot betaling van de proceskosten aan eiser.
Uitkomst: De rechtbank veroordeelt de staatssecretaris tot betaling van € 437,50 aan proceskosten wegens niet-tijdig beslissen op de asielaanvraag.