ECLI:NL:RBDHA:2024:3942
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens onvoldoende persoonlijk vervolgingsrisico ondanks afgeleide verblijfsvergunning
Eiser, met de Turkse en Kirgizische nationaliteit, vroeg op 9 maart 2022 een verblijfsvergunning asiel aan. De Staatssecretaris wees deze aanvraag op 21 juli 2023 af wegens gebrek aan persoonlijke vervolgingsgronden, maar verleende een afgeleide verblijfsvergunning als meerderjarig kind van een toegelaten asielzoeker (zijn vader).
Eiser baseerde zijn asielverzoek op zijn vermeende betrokkenheid bij de Gülenbeweging en de daaruit voortvloeiende negatieve aandacht van Turkse autoriteiten. Hij verwees naar ambtsberichten en omstandigheden zoals zijn onderwijs aan Gülenistische scholen en een bankrekening bij Bank Asya.
De rechtbank oordeelde dat eiser onvoldoende bewijs leverde dat hij persoonlijk in de negatieve aandacht staat of vervolgd wordt door Turkse autoriteiten. Ook was niet aannemelijk dat hij risico loopt op ernstige schade bij terugkeer naar Kirgizië, mede omdat uitlevering niet is toegestaan volgens Kirgizische wetgeving en er geen concreet arrestatiebevel tegen hem bekend is.
Daarom is het beroep ongegrond verklaard en is de afwijzing van de asielaanvraag bevestigd, terwijl de afgeleide verblijfsvergunning geldig blijft.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag is ongegrond verklaard, ondanks dat eiser een afgeleide verblijfsvergunning asiel heeft.