ECLI:NL:RBDHA:2024:3894
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep asielaanvraag na vertrek naar land van herkomst
Eiseres, van Burundese nationaliteit, diende in 2018 een asielaanvraag in die in 2021 werd afgewezen. De rechtbank verklaarde het eerste beroep gegrond en vernietigde het besluit. De staatssecretaris wees de aanvraag in 2022 opnieuw af. Tijdens de behandeling in 2023 werd het beroep aangehouden vanwege prejudiciële vragen. In januari 2024 meldde de staatssecretaris dat eiseres met hulp van de IOM naar haar land van herkomst was vertrokken en alle lopende procedures introk.
De rechtbank concludeert dat eiseres geen belang meer heeft bij de inhoudelijke behandeling van haar beroep, nu zij haar procedures heeft ingetrokken en vertrokken is. Partijen stemden in met het sluiten van het onderzoek zonder zitting. De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk en wijst de proceskostenveroordeling af.
De uitspraak is gedaan door rechter Derksen en griffier ter Beke en is openbaar gemaakt op 21 maart 2024. Partijen kunnen binnen vier weken hoger beroep instellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat eiseres naar haar land van herkomst is vertrokken en geen belang meer heeft bij de procedure.