ECLI:NL:RBDHA:2024:3799
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening ter behoud tijdelijke bescherming Oekraïense verzoeker
Verzoeker, een Oekraïense derdelander, ontving tijdelijke bescherming die volgens het bestreden besluit van 7 februari 2024 zou eindigen per 4 maart 2024. Verzoeker stelde beroep in tegen dit besluit en verzocht om een voorlopige voorziening om de bescherming en bijbehorende voorzieningen te behouden gedurende de beroepsprocedure.
De voorzieningenrechter oordeelde dat onverwijlde spoed aanwezig was, omdat de tijdelijke bescherming zou eindigen voordat het beroep kon worden behandeld. Gezien de aard en het aantal beroepsgronden woog het belang van verzoeker om de bescherming te behouden zwaarder dan het belang van verweerder om deze per 4 maart te beëindigen.
Daarom werd het verzoek om een voorlopige voorziening toegewezen door het bestreden besluit te schorsen totdat op het beroep is beslist. Tevens werd verweerder veroordeeld tot betaling van de proceskosten van verzoeker, vastgesteld op € 875.
De uitspraak werd gedaan door voorzieningenrechter M.J. Schouw en griffier E.C. Jacobs en is openbaar gemaakt. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep of verzet mogelijk.
Uitkomst: Het besluit tot beëindiging van de tijdelijke bescherming wordt geschorst totdat op het beroep is beslist.