ECLI:NL:RBDHA:2024:3769
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Toewijzing voorlopige voorziening voor behoud tijdelijke bescherming vreemdeling
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft op 11 maart 2024 vastgesteld dat verzoeker sinds 5 maart 2024 niet langer rechtmatig in Nederland verblijft en moet terugkeren naar zijn land van herkomst, omdat de tijdelijke bescherming onder Richtlijn 2001/55/EG volgens de staatssecretaris van rechtswege eindigt na 4 maart 2024.
Verzoeker heeft beroep ingesteld tegen dit besluit en daarnaast een voorlopige voorziening gevraagd om tijdens de beroepsprocedure zijn tijdelijke bescherming en de daarbij behorende voorzieningen te behouden. De voorzieningenrechter oordeelt dat het verzoek kennelijk gegrond is en wijst het toe zonder zitting op grond van artikel 8:83, derde lid, Awb.
De voorlopige voorziening houdt in dat verzoeker wordt behandeld als een vreemdeling die nog onder de werking van Richtlijn 2001/55/EG valt totdat op het beroep is beslist. Tevens wordt de staatssecretaris veroordeeld tot betaling van de proceskosten van € 875,-. Deze uitspraak is bindend voor de rechtbank in het bodemgeding niet en er is geen hoger beroep mogelijk.
Uitkomst: Verzoeker behoudt tijdelijke bescherming onder Richtlijn 2001/55/EG gedurende de beroepsprocedure.