ECLI:NL:RBDHA:2024:3767
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Toewijzing voorlopige voorziening voor behoud tijdelijke bescherming vreemdeling Oekraïne
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft op 7 februari 2024 een besluit genomen dat verzoeker vanaf 5 maart 2024 niet langer rechtmatig in Nederland verblijft en de Europese Unie binnen vier weken na 4 maart 2024 moet verlaten. Dit besluit is gebaseerd op het einde van de tijdelijke bescherming onder Richtlijn 2001/55/EG en het Uitvoeringsbesluit (EU) 2022/382.
Verzoeker heeft tegen dit besluit beroep ingesteld en tegelijkertijd een verzoek om voorlopige voorziening ingediend om tijdens de beroepsprocedure zijn tijdelijke bescherming en de daarbij behorende voorzieningen te behouden. De voorzieningenrechter heeft het verzoek zonder zitting behandeld en geoordeeld dat het verzoek kennelijk gegrond is.
De voorzieningenrechter benadrukt dat het oordeel voorlopig is en niet bindend voor het bodemgeding. Gezien de complexiteit van de rechtsvragen acht de voorzieningenrechter het passend om verzoeker voorlopig te behandelen als een vreemdeling die onder de werking van Richtlijn 2001/55/EG valt totdat het beroep is beslist.
Daarnaast is de staatssecretaris veroordeeld tot het betalen van de proceskosten van € 875,- vanwege het indienen van het verzoekschrift door de gemachtigde van verzoeker. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt toegewezen en verzoeker behoudt tijdelijke bescherming totdat het beroep is beslist.