De kinderrechter van de rechtbank Den Haag heeft op 1 maart 2024 besloten tot verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van een minderjarige in een gezinsgerichte voorziening. De minderjarige verblijft sinds april 2022 in een gezinshuis waar zij zich goed ontwikkelt, terwijl de moeder intensieve begeleiding ontvangt voor de verzorging van haar thuiswonende kind. De omgang tussen moeder en minderjarige verloopt moeizaam, mede door het lastige gedrag van de minderjarige rondom de contactmomenten.
De gecertificeerde instelling handhaaft het verzoek tot verlenging omdat het terugplaatsen van de minderjarige bij de moeder op dit moment een te zware belasting zou zijn, mede gezien de dynamiek tussen de kinderen en de specifieke opvoedbehoeften. De moeder voert verweer en stelt dat zij in staat is om voor de minderjarige te zorgen en dat de begeleiding die zij ontvangt ook voor de minderjarige kan worden ingezet.
De kinderrechter overweegt dat de intensieve begeleiding van de moeder positief verloopt, maar dat de zorg voor beide kinderen nu te zwaar is. Het is belangrijk dat de omgang tussen moeder en minderjarige verbetert en mogelijk in de thuissituatie kan plaatsvinden. De verlenging van de machtiging wordt daarom toegewezen tot 16 september 2024, de duur van de ondertoezichtstelling.