ECLI:NL:RBDHA:2024:3731
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening stopzetting WIA-uitkering wegens ontbreken spoedeisend belang
Verzoekster heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen om haar WIA-uitkering en toeslag per 1 januari 2024 stop te zetten. Zij verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening te treffen om de uitkering te behouden.
De voorzieningenrechter overwoog dat bij financiële geschillen doorgaans geen spoedeisend belang aanwezig is, omdat bedragen achteraf kunnen worden terugbetaald met rente. Verzoekster stelde dat zij in acute sociale en financiële nood verkeerde, maar kon dit niet onderbouwen met stukken en had geen bijstandsuitkering aangevraagd.
De voorzieningenrechter concludeerde dat er geen sprake was van een acute noodsituatie en dat het spoedeisend belang ontbrak. Daarom werd het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen stopzetting van de WIA-uitkering wordt afgewezen wegens ontbreken van spoedeisend belang.