ECLI:NL:RBDHA:2024:3675
Rechtbank Den Haag
- Vereenvoudigde behandeling
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in asielzaak na niet-ontvankelijkverklaring verblijfsvergunning
Verzoeker, van Chinese nationaliteit, diende een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Op 19 februari 2024 verklaarde de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid deze aanvraag niet-ontvankelijk. Verzoeker stelde beroep in en vroeg de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter behandelde het verzoek samen met het hoofdberoep op 14 maart 2024 tijdens een zitting in Groningen. Omdat op diezelfde dag uitspraak werd gedaan in de hoofdzaak (zaaknummer NL24.6300), achtte de voorzieningenrechter een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk.
Daarom wees de voorzieningenrechter het verzoek om voorlopige voorziening af en zag geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak werd gedaan door mr. A.G.D. Overmars en is niet vatbaar voor hoger beroep of verzet.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat op dezelfde dag uitspraak is gedaan in het hoofdberoep.