ECLI:NL:RBDHA:2024:3637
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag op grond van Dublinverordening
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de staatssecretaris om zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel niet in behandeling te nemen, omdat op grond van de Dublinverordening Zweden verantwoordelijk is voor de behandeling. De rechtbank heeft het beroep op 7 maart 2024 behandeld, waarbij eiser en zijn gemachtigde niet aanwezig waren.
Eiser stelde dat het verschil in beschermingsbeleid tussen Nederland en Zweden, en het risico op schending van het non-refoulementbeginsel, aanleiding gaf om het besluit te herzien. Hij verwees naar mogelijke systeemfouten in de Zweedse asielprocedure en het ontbreken van rechtsbijstand bij herhaalde aanvragen. De rechtbank oordeelde dat eiser onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat Zweden niet voldoet aan zijn verplichtingen, mede gelet op het arrest van het Hof van Justitie van 30 november 2023.
De rechtbank concludeerde dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel van toepassing blijft en dat er geen sprake is van systeemfouten die een uitzondering rechtvaardigen. Daarom blijft het besluit van de staatssecretaris in stand en wordt het beroep ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit om de asielaanvraag niet in behandeling te nemen blijft in stand.