ECLI:NL:RBDHA:2024:3635
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- B.F.Th. de Roos
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen beëindiging tijdelijke bescherming Oekraïense verzoeker
De verzoeker, afkomstig uit Oekraïne, kreeg tijdelijke bescherming die volgens het bestreden besluit van 7 februari 2024 zou eindigen na 4 maart 2024. Verzoeker stelde beroep in tegen dit besluit en verzocht om een voorlopige voorziening om zijn tijdelijke beschermingsstatus en de daaraan verbonden voorzieningen te behouden gedurende de behandeling van het beroep.
De voorzieningenrechter oordeelde dat onverwijlde spoed aanwezig was, omdat het beroep niet kon worden afgewikkeld voordat de tijdelijke bescherming zou eindigen. Gezien het aantal en de aard van de beroepsgronden, woog het belang van de verzoeker om de voorzieningen te behouden zwaarder dan het belang van de staatssecretaris om deze direct te beëindigen.
Daarom werd het verzoek tot voorlopige voorziening toegewezen door het bestreden besluit te schorsen totdat op het beroep is beslist. Tevens werd de staatssecretaris veroordeeld tot betaling van de proceskosten van verzoeker, vastgesteld op € 875. De uitspraak werd gedaan zonder zitting en is niet vatbaar voor hoger beroep of verzet.
Uitkomst: Het besluit tot beëindiging van de tijdelijke bescherming wordt geschorst totdat op het beroep is beslist.