ECLI:NL:RBDHA:2024:3622
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tot behoud tijdelijke bescherming Oekraïense verzoeker
Verzoeker, een Oekraïense derdelander, heeft tegen het besluit van 21 februari 2024 beroep ingesteld omdat zijn tijdelijke beschermingsstatus per 4 maart 2024 zou eindigen. Hij verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening die inhoudt dat hij tijdens de behandeling van het beroep zijn tijdelijke bescherming behoudt.
De voorzieningenrechter oordeelt dat onverwijlde spoed aanwezig is omdat de tijdelijke bescherming na 4 maart 2024 eindigt en het beroep niet tijdig kan worden behandeld. Gelet op het gewicht van de belangen weegt het belang van verzoeker om de voorzieningen te behouden zwaarder dan het belang van de staatssecretaris om deze te beëindigen.
Daarom wordt het bestreden besluit geschorst totdat op het beroep is beslist. Verweerder wordt tevens veroordeeld in de proceskosten van verzoeker, vastgesteld op € 875. De uitspraak is gedaan zonder zitting en is niet vatbaar voor hoger beroep of verzet.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt geschorst en verzoeker behoudt zijn tijdelijke beschermingsstatus totdat op het beroep is beslist.