ECLI:NL:RBDHA:2024:3591
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen niet-ontvankelijkverklaring asielaanvraag
De zaak betreft een verzoek om een voorlopige voorziening tegen het besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid om de asielaanvraag van verzoeker niet-ontvankelijk te verklaren. Verzoeker had hiertegen beroep ingesteld bij de rechtbank.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek om een voorlopige voorziening beoordeeld zonder zitting op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht. Omdat de rechtbank op dezelfde dag uitspraak heeft gedaan in de hoofdzaak (zaaknummer NL23.39589), achtte de voorzieningenrechter een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk.
Het verzoek is daarom afgewezen en er is geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak is openbaar gemaakt en er staat geen hoger beroep of verzet tegen open.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening tegen de niet-ontvankelijkverklaring van de asielaanvraag is afgewezen.