ECLI:NL:RBDHA:2024:3589
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen niet-ontvankelijkverklaring asielaanvraag wegens internationale bescherming in Duitsland
Eiser, van Eritrese nationaliteit, diende op 20 november 2023 een asielaanvraag in Nederland in. De staatssecretaris verklaarde deze aanvraag niet-ontvankelijk op grond van artikel 30a, eerste lid, aanhef en onder a van de Vreemdelingenwet, omdat eiser reeds internationale bescherming geniet in Duitsland.
Eiser voerde aan dat hij geen zodanige band met Duitsland heeft dat terugkeer redelijk is, onder meer vanwege beperkingen in gezinshereniging en de noodzaak om zijn verblijfsrecht telkens te verlengen. Ook stelde hij dat Duitsland niet aan zijn internationale verplichtingen voldoet en verweerder zijn vergewisplicht schond.
De rechtbank overwoog dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel geldt en verweerder mag aannemen dat Duitsland zijn verplichtingen nakomt. Eiser bracht onvoldoende bewijs aan dat Duitsland in strijd handelt met internationale richtlijnen of verdragen. Ook zijn veiligheidsvrees werd niet aannemelijk gemaakt, mede omdat Duitse autoriteiten eerder onderzoek instelden en hulp boden.
De rechtbank concludeerde dat geen van de beroepsgronden slaagt en verklaarde het beroep ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de niet-ontvankelijkverklaring van de asielaanvraag is ongegrond verklaard.