ECLI:NL:RBDHA:2024:3536
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening in asielzaken wegens uitspraak op beroep
Verzoekers hebben asielaanvragen ingediend die door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid op 18 december 2023 als kennelijk ongegrond zijn afgewezen. Tegen deze besluiten hebben verzoekers, mede namens hun minderjarige kinderen, beroep ingesteld bij de rechtbank.
Verzoekers hebben tevens een voorlopige voorziening gevraagd om de afwijzing van hun asielaanvragen te schorsen. De voorzieningenrechter heeft op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht zonder zitting uitspraak gedaan.
De voorzieningenrechter overweegt dat de rechtbank bij een eerdere uitspraak op dezelfde dag reeds een beslissing heeft genomen op het beroep van verzoekers. Hierdoor is een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk en wijst de voorzieningenrechter het verzoek af. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter M.J. Schouw en is openbaar gemaakt via rechtspraak.nl. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de rechtbank reeds uitspraak heeft gedaan op het beroep.