ECLI:NL:RBDHA:2024:3431
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen beëindiging tijdelijke bescherming vreemdeling
Verzoeker is door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid geïnformeerd dat zijn tijdelijke beschermingsstatus is geëindigd per 4 maart 2024. Verzoeker heeft hiertegen beroep ingesteld en verzocht om een voorlopige voorziening om zijn status en de daarbij behorende voorzieningen te behouden gedurende de beroepsprocedure.
De voorzieningenrechter overweegt dat het beëindigen van de tijdelijke bescherming betekent dat verzoeker na 4 maart 2024 geen aanspraak meer kan maken op de rechten verbonden aan deze status. Gezien de aard en het aantal beroepsgronden kan het beroep niet tijdig worden behandeld vóór het einde van de beschermingsstatus. Het belang van verzoeker om de voorzieningen te behouden weegt zwaarder dan het belang van verweerder om deze na 4 maart te beëindigen.
Daarom wordt het verzoek om een voorlopige voorziening toegewezen door het bestreden besluit te schorsen totdat op het beroep is beslist. Tevens wordt verweerder veroordeeld in de proceskosten van verzoeker, vastgesteld op € 875, conform het Besluit proceskosten bestuursrecht. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het besluit tot beëindiging van de tijdelijke bescherming wordt geschorst totdat op het beroep is beslist en verweerder wordt veroordeeld in de proceskosten.