ECLI:NL:RBDHA:2024:3357
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen intrekking verblijfsvergunning asiel
Verzoeker heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid om zijn verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd met terugwerkende kracht vanaf 1 januari 2020 in te trekken. Tevens heeft verzoeker een voorlopige voorziening gevraagd om het intrekkingsbesluit te schorsen.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek om voorlopige voorziening beoordeeld zonder zitting op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht. In samenhang met de uitspraak in een gerelateerde zaak (zaaknummer NL23.19860) is geconcludeerd dat het beroep kennelijk ongegrond is.
Daarom is het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de intrekking van de verblijfsvergunning asiel wordt afgewezen.