ECLI:NL:RBDHA:2024:3353
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen afwijzing asielaanvraag als kennelijk ongegrond
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft bij besluit van 26 juni 2023 de asielaanvraag van verzoeker afgewezen als kennelijk ongegrond. Verzoeker heeft hiertegen beroep ingesteld en tevens een verzoek om een voorlopige voorziening ingediend bij de voorzieningenrechter.
De voorzieningenrechter heeft op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht zonder zitting uitspraak gedaan. Tegelijkertijd met deze uitspraak is in een andere zaak (NL23.18756) uitspraak gedaan op het beroep tegen het bestreden besluit.
Gezien de uitspraak op het beroep wordt het verzoek om voorlopige voorziening als kennelijk ongegrond afgewezen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de afwijzing van de asielaanvraag als kennelijk ongegrond wordt afgewezen.