ECLI:NL:RBDHA:2024:3271
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens ongeloofwaardige verklaringen en niet verschijnen voor gehoor
Eiser, een Algerijnse nationaliteit dragende man, diende op 4 oktober 2023 een asielaanvraag in. Hij stelde dat hij problemen had ondervonden nadat grond van zijn opa was afgepakt en nadat hij geld had gestolen van een groep mensen. Tijdens het nader gehoor op 30 november 2023 gaf eiser onsamenhangende en summiere verklaringen, waarna het gehoor werd afgebroken. Hij verscheen niet op de vervolgdatum 4 december 2023 zonder opgave van redenen.
De staatssecretaris wees de asielaanvraag af op grond van artikel 31, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000, omdat de verklaringen van eiser niet geloofwaardig waren en zijn gedrag niet strookte met een noodzaak tot bescherming. Eiser voerde aan dat vermoeidheid zijn verklaringen beïnvloedde en dat hij het nader gehoor had moeten kunnen afronden.
De rechtbank oordeelde dat de afwijzing terecht was. Er was geen bewijs dat eiser onjuist was uitgenodigd of dat zijn vermoeidheid zodanig was dat hij niet kon worden gehoord. Zijn niet verschijnen en het ontbreken van verdere communicatie maakten het beroep ongegrond. Het bestreden besluit blijft in stand en eiser krijgt geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en handhaaft de afwijzing van de asielaanvraag.