Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam], eiser
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder
Inleiding
Beoordeling door de rechtbank
Conclusie en gevolgen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Eiser diende op 29 december 2023 een asielaanvraag in Nederland in. De staatssecretaris nam deze aanvraag niet in behandeling omdat uit Eurodac bleek dat eiser eerder asiel had aangevraagd in Duitsland en Denemarken. Nederland deed op 4 januari 2024 een verzoek tot terugname bij Duitsland, dat dit op 8 januari 2024 accepteerde.
Eiser stelde dat het voornemen van de staatssecretaris op 8 januari 2024 werd uitgebracht voordat Duitsland formeel de verantwoordelijkheid had aanvaard, wat strijd zou opleveren met het zorgvuldigheidsbeginsel. Tevens voerde hij aan dat overdracht aan Duitsland onevenredige hardheid zou betekenen vanwege zijn persoonlijke omstandigheden en de lange wachttijd.
De rechtbank oordeelde dat het uitbrengen van een voornemen voorafgaand aan het claimakkoord niet in strijd is met de Dublinverordening of Vreemdelingenwet 2000. De individuele omstandigheden van eiser waren onvoldoende onderbouwd en relevantie voor de verantwoordelijkheidsvraag ontbrak. Het beroep werd ongegrond verklaard, het besluit bleef in stand en overdracht aan Duitsland is mogelijk.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en de overdracht aan Duitsland blijft mogelijk.