ECLI:NL:RBDHA:2024:3253
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling voortduren maatregel bewaring en zicht op uitzetting naar Marokko
Eiser is sinds 19 december 2023 in bewaring gesteld op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Hij heeft beroep ingesteld tegen het voortduren van deze maatregel en verzocht om schadevergoeding. De rechtbank heeft het beroep eerder beoordeeld tot 29 december 2023 en nu uitsluitend gekeken naar de periode daarna.
Eiser stelt dat de staatssecretaris onvoldoende voortvarend handelt, omdat de laatste rappel op de laissez passer-aanvraag op 26 januari 2024 was en hij inmiddels tweeëneenhalve maand in bewaring verblijft. De staatssecretaris heeft echter meerdere malen contact gezocht met de Marokkaanse autoriteiten en ook het vertrekgesprek met eiser gevoerd.
De rechtbank acht de handelwijze van de staatssecretaris voldoende voortvarend en ziet zicht op uitzetting binnen een redelijke termijn. Er zijn geen aanwijzingen dat Marokko lp’s weigert of dat eiser geen lp zal krijgen. De belangenafweging leidt ertoe dat het belang van de staatssecretaris bij voortduring van de bewaring zwaarder weegt dan het belang van eiser om in vrijheid te worden gesteld.
Het beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.