ECLI:NL:RBDHA:2024:3169
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublinverordening Kroatië
Eiser, een Iraakse asielzoeker, betwist het besluit van de staatssecretaris om zijn asielaanvraag niet in behandeling te nemen omdat Kroatië volgens de Dublinverordening verantwoordelijk is. Eiser voert aan dat hij eerst in Bulgarije geregistreerd was, mishandeld is in Kroatië en risico loopt op schending van mensenrechten bij terugkeer.
De rechtbank overweegt dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel geldt, waarbij Nederland erop mag vertrouwen dat Kroatië zijn verplichtingen nakomt. Eiser heeft onvoldoende aannemelijk gemaakt dat Kroatië niet aan deze verplichtingen voldoet. De rechtbank verwijst naar een recente uitspraak van de hoogste bestuursrechter die dit bevestigt.
Ook de medische en psychische klachten van eiser zijn onvoldoende onderbouwd om overdracht aan Kroatië te verhinderen. De rechtbank concludeert dat het beroep kennelijk ongegrond is en verklaart het verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk. Proceskosten worden niet toegekend.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wordt kennelijk ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening wordt niet-ontvankelijk verklaard.