ECLI:NL:RBDHA:2024:3136
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Toewijzing voorlopige voorziening voor voortzetting tijdelijke bescherming Oekraïense derdelander
Verzoeker, een derdelander uit Oekraïne, had tijdelijke bescherming onder de Europese Richtlijn 2001/55/EG. Op 1 september 2023 stelde de staatssecretaris vast dat deze bescherming op 4 september 2023 eindigde, waarna verzoeker beroep instelde en een voorlopige voorziening vroeg. Nadat het eerste besluit werd ingetrokken, nam de staatssecretaris op 7 februari 2024 een nieuw besluit dat het rechtmatig verblijf van verzoeker per 5 maart 2024 beëindigde en hem verplichtte Nederland te verlaten.
Verzoeker stelde opnieuw beroep in en vroeg om een voorlopige voorziening om het vertrek te schorsen en zijn rechten onder de richtlijn te behouden. De voorzieningenrechter oordeelde dat het belang van verzoeker om voorlopig in Nederland te mogen blijven, te werken en gebruik te maken van opvang en medische voorzieningen zwaarder woog dan het belang van de staatssecretaris.
De rechter bepaalde dat verzoeker voorlopig behandeld moet worden alsof hij nog onder de tijdelijke beschermingsrichtlijn valt totdat op het beroep wordt beslist. Tevens werden de proceskosten van verzoeker aan de staatssecretaris opgelegd. De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter T.N. van Rijn en is onherroepelijk.
Uitkomst: Het besluit tot beëindiging van de tijdelijke bescherming wordt geschorst en verzoeker blijft voorlopig onder de richtlijn vallen.