ECLI:NL:RBDHA:2024:3134
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening voor voortzetting tijdelijke bescherming Oekraïense derdelander
Verzoeker, een derdelander uit Oekraïne, verzocht om een voorlopige voorziening nadat de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid had vastgesteld dat zijn tijdelijke bescherming per 4 maart 2024 zou eindigen en hij Nederland moest verlaten.
De voorzieningenrechter oordeelde dat het belang van verzoeker om voorlopig in Nederland te verblijven, te mogen werken en gebruik te maken van opvangvoorzieningen zwaarder weegt dan het belang van de staatssecretaris. Daarom werd het besluit van 7 februari 2024 geschorst totdat op het beroep tegen dat besluit is beslist.
De rechtbank benadrukte dat zij in deze voorlopige voorziening geen oordeel geeft over de rechtmatigheid van het besluit zelf, maar slechts een belangenafweging maakt. De hoofdzaak zal op 27 maart 2024 worden behandeld.
Verder werd verweerder veroordeeld in de proceskosten van verzoeker, vastgesteld op €1.750,-. De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter T.N. van Rijn en is niet vatbaar voor hoger beroep of verzet.
Uitkomst: Het terugkeerbesluit wordt geschorst en verzoeker wordt voorlopig behandeld alsof hij onder de tijdelijke bescherming valt.