ECLI:NL:RBDHA:2024:311
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublinterugkeer naar Duitsland
Eiser, een Syrische asielzoeker, maakte bezwaar tegen het besluit van de staatssecretaris om zijn asielaanvraag niet in behandeling te nemen omdat Duitsland verantwoordelijk is op grond van de Dublinverordening. De rechtbank beoordeelde of dit besluit rechtmatig was.
Eiser voerde aan dat Duitsland tekortkomingen vertoont in het asiel- en opvangsysteem, onder meer vanwege het ontbreken van gratis rechtsbijstand en het risico op detentie en uitzetting naar Syrië. Hij verwees naar het AIDA-rapport 2022 en stelde dat de bewijslast onredelijk bij hem lag.
De rechtbank oordeelde dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel geldt en dat eiser onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat Duitsland structurele tekortkomingen vertoont die een schending van het Handvest of het EVRM opleveren. Ook is het recht op gratis rechtsbijstand niet onbeperkt volgens de Procedurerichtlijn. De mogelijkheid tot detentie is onder voorwaarden toegestaan en vormt geen grond voor indirect refoulement.
De rechtbank concludeerde dat het beroep ongegrond is en dat de asielaanvraag terecht niet in behandeling is genomen. Eiser kan in Duitsland klagen over eventuele problemen. De uitspraak is gedaan zonder zitting en het beroep is afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en de overdracht aan Duitsland blijft in stand.