ECLI:NL:RBDHA:2024:3078

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
5 maart 2024
Publicatiedatum
8 maart 2024
Zaaknummer
C/09/661635/KG RK 24-231
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Wraking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:18 Awb
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid wrakingsverzoek na einduitspraak in bestuursrechtelijke hoofdzaak

Verzoeker diende een wrakingsverzoek in tegen mr. C.G. Meeder, rechter in de rechtbank Den Haag, in een bestuursrechtelijke zaak tussen verzoeker en de Sociale Verzekeringsbank. Het verzoek werd ingediend nadat in de hoofdzaak al een einduitspraak was gedaan.

De wrakingskamer oordeelde dat een rechter alleen gewraakt kan worden indien er concrete, bijzondere omstandigheden zijn die de onpartijdigheid van de rechter in ernstige mate in twijfel trekken. Daarbij geldt een vermoeden van onpartijdigheid van de rechter. Omdat het wrakingsverzoek pas na de einduitspraak in de hoofdzaak werd ingediend, voorziet de wet niet in de ontvankelijkheid van een dergelijk verzoek.

De wrakingskamer verklaarde het verzoek daarom niet-ontvankelijk en zag geen reden tot mondelinge behandeling. De beslissing werd in het openbaar uitgesproken en is niet vatbaar voor beroep of hoger beroep.

Uitkomst: Wrakingsverzoek wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat de hoofdzaak al is afgerond met een einduitspraak.

Uitspraak

Rechtbank den haag

Wrakingskamer
wrakingnummer 2024/8
zaak- /rekestnummer: C/09/661635 / KG RK 24-231
Beslissing van 5 maart 2024
van de meervoudige wrakingskamer van de rechtbank op het verzoek van
[verzoeker] ,
wonende te [woonplaats] ,
hierna te noemen: verzoeker,
gemachtigde: [gemachtigde] ,
strekkende tot de wraking van
mr. C.G. Meeder,
rechter in deze rechtbank,
hierna te noemen: de rechter.

1.De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het schriftelijke wrakingsverzoek, ingekomen ter griffie van de wrakingskamer op 16 januari 2024.

2.Het wrakingsverzoek

Het verzoek strekt tot wraking van de rechter in de zaak met nummer SGR 22/2584 PW tussen verzoeker en de Sociale Verzekeringsbank (hierna: de hoofdzaak).

3.De beoordeling

3.1.
Een rechter kan alleen gewraakt worden als zich omstandigheden voordoen waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden. Daarvan is sprake als de rechter jegens een procesdeelnemer vooringenomen is of als de vrees daarvoor objectief gerechtvaardigd is. Daarbij is het uitgangspunt dat een rechter wordt vermoed onpartijdig te zijn omdat hij of zij als rechter is aangesteld. Voor het oordeel dat de rechterlijke onpartijdigheid toch schade lijdt, bestaat alleen grond in geval van bijzondere omstandigheden die een zwaarwegende aanwijzing opleveren voor het aannemen van (de objectief gerechtvaardigde schijn van) partijdigheid. Uit de wet volgt dat de verzoeker die concrete omstandigheden moet aanvoeren en wel zodra deze aan hem of haar bekend zijn geworden.
3.2.
Het verzoek is gedaan nadat de rechter in de hoofdzaak einduitspraak heeft gedaan. De wet voorziet echter niet in de mogelijkheid van wraking nadat einduitspraak is gedaan in de zaak van verzoeker. Om die reden kan verzoeker niet in het wrakingsverzoek worden ontvangen. Voor een behandeling van het verzoek ter terechtzitting bestaat geen reden. Het in de wet opgenomen recht op een mondelinge behandeling is door de wetgever bedoeld voor het debat over de gegrondheid van het verzoek, maar aan dat debat wordt gezien het vorenstaande niet toegekomen.

4.De beslissing

De wrakingskamer:
4.1.
verklaart verzoeker niet-ontvankelijk in het wrakingsverzoek;
4.2.
beveelt dat (een afschrift van) deze beslissing met inachtneming van het bepaalde bij artikel 8:18, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht wordt toegezonden aan:
• de verzoeker p/a zijn gemachtigde;
• de rechter.
Deze beslissing is gegeven door mrs. S.M. Krans, A.M.A. Keulen en S.M. Westerhuis-Evers, in tegenwoordigheid van de griffier mr. M.L. van Nooijen-Kühler en in het openbaar uitgesproken op 5 maart 2024.
de griffier de voorzitter
Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.