ECLI:NL:RBDHA:2024:3059
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublinverordening
Eiser, met de Somalische nationaliteit, verzocht om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De staatssecretaris nam de aanvraag niet in behandeling omdat Duitsland verantwoordelijk is volgens de Dublinverordening.
Eiser stelde dat zijn asielverzoek in Duitsland was afgewezen en dat hij daardoor geen opvang meer zou krijgen, met verwijzing naar fundamentele en structurele gebreken in de Duitse opvangvoorzieningen. Hij voerde aan dat de staatssecretaris het verzoek op grond van artikel 17 Dublinverordening Pro had moeten overnemen.
De rechtbank oordeelde dat eiser onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat Duitsland zijn internationale verplichtingen niet nakomt of dat er sprake is van systeemgebreken. Ook ontbraken onderbouwingen voor de stelling dat Duitsland zijn asielaanvraag niet in behandeling zou nemen. De enkele stellingen waren onvoldoende om het interstatelijke vertrouwensbeginsel te doorbreken.
Verder concludeerde de rechtbank dat er geen bijzondere individuele omstandigheden zijn die overdracht naar Duitsland onevenredig hard maken. De staatssecretaris heeft dit standpunt voldoende gemotiveerd. Het beroep is daarom kennelijk ongegrond en het verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk. Eiser krijgt geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk.