ECLI:NL:RBDHA:2024:299
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens verantwoordelijkheid Kroatië
Eiser, met Pakistaanse nationaliteit, diende een asielaanvraag in die door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid niet in behandeling werd genomen omdat Kroatië verantwoordelijk zou zijn voor de behandeling. Eiser betoogde dat het besluit onvoldoende gemotiveerd was en verwees naar prejudiciële vragen over het interstatelijke vertrouwensbeginsel, met name over de situatie in Kroatië.
De rechtbank oordeelde dat het bestreden besluit zorgvuldig en voldoende gemotiveerd was, waarbij verweerder adequaat op de zienswijze van eiser had gereageerd. Het interstatelijke vertrouwensbeginsel blijft volgens de hoogste bestuursrechter van toepassing op Kroatië, mede omdat er geen concreet bewijs is van pushbacks of schendingen die het vertrouwen zouden ondermijnen.
Hoewel de situatie in Kroatië voor Dublinclaimanten lastig kan zijn, is er geen wezenlijk ander beeld dan eerder vastgesteld. Eiser kan klachten indienen bij Kroatische autoriteiten indien hij meent dat Europese richtlijnen worden geschonden. De rechtbank verklaarde het beroep kennelijk ongegrond en wees het verzoek om voorlopige voorziening af wegens niet-ontvankelijkheid.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk.