ECLI:NL:RBDHA:2024:2920
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in asielzaak na afwijzing verblijfsvergunning
Verzoeker heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid is afgewezen als kennelijk ongegrond bij besluit van 3 januari 2024. Verzoeker heeft hiertegen beroep ingesteld en tevens een voorlopige voorziening gevraagd.
De voorzieningenrechter heeft op 28 februari 2024 zonder zitting uitspraak gedaan en het verzoek om een voorlopige voorziening afgewezen, omdat de rechtbank op 22 februari 2024 reeds uitspraak heeft gedaan in de hoofdzaak, waardoor een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk is.
Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de hoofdzaak reeds is beslist.