Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
[eiser] , eiser V-nummer: [V nummer]
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Rechtbank Den Haag
Eiser, van Algerijnse nationaliteit, werd op 10 februari 2024 in bewaring gesteld op grond van artikel 59a van de Vreemdelingenwet 2000. Hij stelde dat de verlenging van de overdrachtstermijn niet had plaatsgevonden en dat hij ten onrechte in bewaring was gesteld. De rechtbank oordeelde dat de overdrachtstermijn op 3 juli 2023 was verlengd naar 18 maanden en dat de maatregel van bewaring voldoende was gemotiveerd.
De rechtbank stelde vast dat eiser zich op 6 juni 2023 met onbekende bestemming uit de opvang had verwijderd, wat het risico op het ontvluchten van toezicht bevestigt. De zware gronden voor bewaring, waaronder het niet meewerken aan vaststelling identiteit en het ontvangen van een overdrachtsbesluit zonder medewerking, werden als feitelijk juist en voldoende gemotiveerd beoordeeld.
Eiser voerde aan dat verweerder onvoldoende voortvarend was in de overdracht en dat een lichter middel passend zou zijn vanwege zijn psychische en medische klachten. De rechtbank volgde dit niet, omdat de overdracht aan Frankrijk was voorbereid en de medische zorg in detentie gelijkwaardig werd geacht. De rechtbank concludeerde dat de maatregel niet onrechtmatig was en wees het beroep en het verzoek om schadevergoeding af.
Uitkomst: Het beroep tegen de maatregel van bewaring en verlenging van de overdrachtstermijn wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.