Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Procesverloop
Overwegingen
Termijn voor vrijwillig vertrek
De gronden van het terugkeerbesluit
Beslissing
- verklaart de beroepen ongegrond;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Rechtbank Den Haag
Eiser, van Algerijnse nationaliteit, diende een asielaanvraag in Nederland in op 12 januari 2023, die niet in behandeling werd genomen vanwege verantwoordelijkheid van Spanje onder de Dublinverordening. De rechtbank oordeelt dat de asielprocedure is geëindigd na een eerdere ongegrondverklaring van beroep tegen dit besluit.
Verweerder legde eiser een terugkeerbesluit en inreisverbod op en stelde hem in vreemdelingenbewaring. Eiser voerde aan dat hem geen termijn voor vrijwillig vertrek was gegeven en dat hij niet schriftelijk in een begrijpelijke taal was geïnformeerd over de bewaring, wat volgens hem onrechtmatigheden opleverde.
De rechtbank oordeelt dat het ontbreken van schriftelijke informatie in begrijpelijke taal een formeel gebrek is, maar dat dit niet leidt tot onrechtmatigheid van de bewaring omdat eiser tijdens het gehoor met tolk en advocaat adequaat geïnformeerd en vertegenwoordigd werd. De gronden voor het terugkeerbesluit en de bewaring zijn niet betwist en worden als voldoende gemotiveerd beoordeeld.
Daarom verklaart de rechtbank de beroepen ongegrond en wijst het verzoek om schadevergoeding af. Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: De beroepen tegen het terugkeerbesluit, inreisverbod en vreemdelingenbewaring worden ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.