ECLI:NL:RBDHA:2024:2807
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Verzet tegen uitspraak zonder zitting in asielzaak afgewezen
Opposant heeft beroep ingesteld tegen de afwijzing van zijn asielaanvraag door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid. De rechtbank heeft dit beroep zonder zitting ongegrond verklaard. Opposant stelde verzet in tegen deze uitspraak, stellende dat hij bij een zitting zijn verhaal over de situatie in Kroatië had willen toelichten en dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel onterecht werd toegepast.
De rechtbank heeft het verzet behandeld en geoordeeld dat de aangevoerde argumenten vooral een herhaling van het eerdere beroep zijn en geen twijfel zaaien over de uitkomst. De rechtbank achtte een zitting niet noodzakelijk omdat dit de uitkomst niet zou veranderen.
Daarnaast had opposant een verzoek om een voorlopige voorziening ingediend vanwege een geplande overdracht, maar nu het verzet ongegrond is verklaard, wees de voorzieningenrechter dit verzoek af. De uitspraak is in het openbaar gedaan op 20 februari 2024 en is niet vatbaar voor hoger beroep of verzet.
Uitkomst: Het verzet tegen de uitspraak zonder zitting wordt ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen.