ECLI:NL:RBDHA:2024:2801
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag Oezbeekse man wegens ongeloofwaardigheid en kennelijk ongegrondheid
Eiser, een Oezbeekse man geboren in 1985, vroeg asiel aan in Nederland wegens bedreigingen in Oezbekistan vanwege schulden en zijn Tadzjiekse etniciteit. Verweerder wees de aanvraag af wegens ongeloofwaardigheid van de etniciteit en de bedreigingen, en vanwege het late indienen van de aanvraag, waardoor deze als kennelijk ongegrond werd afgewezen.
De rechtbank oordeelt dat verweerder terecht de Tadzjiekse etniciteit van eiser ongeloofwaardig achtte, mede omdat het paspoort en eerdere verklaringen Oezbeekse etniciteit vermeldden en nader onderzoek niet noodzakelijk was. Ook acht de rechtbank de bedreigingen wegens schulden ongeloofwaardig, omdat eiser geen documenten overlegd heeft, zijn verklaringen niet stroken met landeninformatie, geen aangifte deed en geen uitreisverbod kreeg.
Verder concludeert de rechtbank dat eiser geen gegronde vrees voor vervolging of ernstig risico op schade aannemelijk heeft gemaakt. Het late indienen van de asielaanvraag maakt afwijzing als kennelijk ongegrond gerechtvaardigd. Het opgelegde terugkeerbesluit en inreisverbod van twee jaar blijven van kracht. Het beroep wordt ongegrond verklaard.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de afwijzing van de asielaanvraag als kennelijk ongegrond met terugkeerbesluit en inreisverbod.