ECLI:NL:RBDHA:2024:2781
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens ongeloofwaardige identiteit en onduidelijkheden over criminele bedreiging
Eiser, van Algerijnse nationaliteit, diende op 28 december 2023 een asielaanvraag in die door de staatssecretaris op 12 januari 2024 werd afgewezen als kennelijk ongegrond. De rechtbank behandelde het beroep op 2 februari 2024 en oordeelde dat de aanvraag terecht werd afgewezen.
De staatssecretaris achtte de identiteit van eiser ongeloofwaardig vanwege het gebruik van meerdere namen, geboortedata en nationaliteiten, en vond zijn verhaal over problemen met een criminele bende niet aannemelijk omdat het wisselend en tegenstrijdig was en niet met documenten werd onderbouwd. Eiser voerde aan dat hij onterecht een rust- en voorbereidingstermijn werd onthouden en dat de overlast in opvang niet bewezen was, maar dit werd verworpen.
De rechtbank stelde vast dat eiser onvoldoende en tegenstrijdige verklaringen gaf over zijn identiteit en het bezit van documenten, en dat hij zijn asielrelaas niet adequaat had toegelicht ondanks gelegenheid daartoe. De problemen met de criminele bende werden eveneens ongeloofwaardig geacht vanwege wisselende verklaringen over het moment van onderduiken en het ontbreken van bewijsstukken.
Ook het handhaven van het terugkeerbesluit en het inreisverbod werd gerechtvaardigd geacht omdat de beschikking op correcte wijze bekend was gemaakt en de afwijzing van de aanvraag als kennelijk ongegrond terecht was. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en eiser kreeg geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard vanwege ongeloofwaardige identiteit en onvoldoende onderbouwd asielrelaas.