ECLI:NL:RBDHA:2024:2773
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in asielzaak na uitspraak op beroep
Verzoekster heeft een aanvraag gedaan voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid bij besluit van 30 januari 2024 is afgewezen als kennelijk ongegrond. Verzoekster heeft hiertegen beroep ingesteld en tegelijkertijd een voorlopige voorziening gevraagd om het besluit tijdelijk te schorsen.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek om voorlopige voorziening samen met de hoofdzaak op 27 februari 2024 behandeld. Inmiddels heeft de rechtbank bij uitspraak in zaaknummer NL24.4201 op het beroep beslist, waardoor de voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk is.
Daarom wijst de voorzieningenrechter het verzoek om voorlopige voorziening af. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter A.G.D. Overmars en griffier M.C. Drenten-Boon en is geanonimiseerd gepubliceerd. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep of verzet mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de rechtbank inmiddels uitspraak heeft gedaan op het beroep.