Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
[eiser] , eiser V-nummer: [V-nummer]
Procesverloop
Overwegingen
Ambtshalve toetsing
Beslissing
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Rechtbank Den Haag
Eiser, een Poolse nationaliteit dragende vreemdeling, werd op 29 januari 2024 in bewaring gesteld door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000. Eiser stelde beroep in tegen deze maatregel en verzocht tevens om schadevergoeding.
De rechtbank oordeelde dat verweerder niet volledig had voldaan aan de informatieverplichtingen uit artikel 5.3 van het Vreemdelingenbesluit 2000, aangezien de informatiefolder niet de redenen van de bewaring vermeldde en geen melding maakte van het recht op consulaire bijstand. Desondanks werd dit tekort niet als onrechtmatigheid aangemerkt, omdat eiser voorafgaand aan de maatregel had aangegeven geen consulaire bijstand te wensen en mondeling, met tolk, over de gronden van de bewaring was geïnformeerd.
De rechtbank stelde vast dat de lichte gronden voor bewaring, zoals het ontbreken van vaste woon- of verblijfplaats en onvoldoende middelen van bestaan, onbetwist en voldoende gemotiveerd waren. Deze gronden droegen reeds voldoende bij aan het aannemen van een risico op onttrekking aan toezicht. De betwiste zware gronden behoefden daarom geen nadere bespreking.
De rechtbank concludeerde dat de maatregel van bewaring niet onrechtmatig was en wees het beroep ongegrond. Tevens werd het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen de maatregel van bewaring is ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding is afgewezen.