Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
[minderjarige 2],V-nummer: [V-nummer], en,
[minderjarige 3],V-nummer: [V-nummer], gezamenlijk: eisers,
Rechtbank Den Haag
Eisers hebben beroep ingesteld tegen het besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid om hun aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel niet in behandeling te nemen. De staatssecretaris baseerde dit op de Dublinverordening, waarbij Spanje als verantwoordelijke lidstaat is aangewezen.
Eisers stelden dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel niet langer geldt ten aanzien van Spanje vanwege problemen met de opvang van asielzoekers, onderbouwd met rapporten en artikelen. De rechtbank oordeelde dat de staatssecretaris terecht van het vertrouwensbeginsel mocht uitgaan, mede gelet op recente jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en dat de aangevoerde bronnen geen structurele tekortkomingen aantonen.
Daarnaast voerden eisers aan dat het belang van hun minderjarige kinderen onvoldoende was meegewogen, omdat zij gedwongen waren een kind achter te laten in Libië en gezinshereniging in Nederland beter zou zijn. De rechtbank stelde dat de Dublinverordening niet bedoeld is als route voor gezinshereniging en dat het belang van de kinderen voldoende is betrokken.
De rechtbank concludeerde dat het beroep ongegrond is en dat de staatssecretaris het niet in behandeling nemen van de aanvraag mocht handhaven. Eisers krijgen geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en het besluit blijft in stand.