Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
[minderjarige 2],V-nummer: [V-nummer], en,
[minderjarige 3],V-nummer: [V-nummer], gezamenlijk: verzoekers,
Rechtbank Den Haag
Verzoekers hebben een verzoek ingediend om een voorlopige voorziening te treffen tegen het besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid om hun asielaanvragen niet in behandeling te nemen, omdat Spanje verantwoordelijk is voor de behandeling van hun aanvragen op grond van de Dublin-verordening.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek samen met gerelateerde zaken op 16 januari 2024 behandeld. Vervolgens heeft de rechtbank bij uitspraak in de hoofdzaak geoordeeld dat een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk is.
Daarom wijst de voorzieningenrechter het verzoek om een voorlopige voorziening af. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan op 6 februari 2024 en staat niet open voor hoger beroep of verzet.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de hoofdzaak reeds is behandeld en uitspraak is gedaan.