ECLI:NL:RBDHA:2024:2629
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep wegens uitsluiting bestuurlijke dwangsommen bij asielaanvraag
Eiser stelde beroep in tegen het niet tijdig beslissen op zijn asielaanvraag van 2 juli 2019. De staatssecretaris heeft de aanvraag uiteindelijk op 3 juli 2020 ingewilligd. Eiser handhaafde het beroep met betrekking tot de vraag of bestuurlijke dwangsommen verschuldigd waren wegens de vertraging.
De rechtbank oordeelt dat het beroep tegen het niet tijdig beslissen inmiddels overtollig is geworden vanwege de inwilliging van de aanvraag, waardoor het procesbelang ontbreekt. Daarnaast bepaalt de Tijdelijke wet opschorting dwangsommen IND dat bestuurlijke dwangsommen bij asielaanvragen niet kunnen worden opgelegd. Dit is bevestigd door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State in een uitspraak van 30 november 2022, waarin geen strijd met Unierecht werd geconstateerd.
Daarom ontbreekt ook het procesbelang voor het beroep op de bestuurlijke dwangsommen en wordt het beroep niet-ontvankelijk verklaard. De rechtbank veroordeelt de staatssecretaris wel in de proceskosten van € 437,50 vanwege het terecht ingestelde beroep tegen het niet tijdig beslissen. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard en de staatssecretaris wordt veroordeeld in de proceskosten van € 437,50.