ECLI:NL:RBDHA:2024:2615
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag op grond van Dublinverordening
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid om zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel niet in behandeling te nemen, omdat Duitsland verantwoordelijk is voor de behandeling van zijn asielaanvraag op grond van de Dublinverordening.
De rechtbank heeft het beroep inhoudelijk beoordeeld en geoordeeld dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel van toepassing is. Hoewel eiser aangeeft dat de opvang in Duitsland problematisch is en vreest voor geweld vanwege zijn religieuze achtergrond, heeft hij niet aannemelijk gemaakt dat er sprake is van structurele tekortkomingen in de Duitse asielprocedure en opvang die leiden tot een reëel risico op een schending van artikel 3 EVRM Pro of artikel 4 van Pro het Handvest.
De rechtbank stelt dat de Duitse autoriteiten hun internationale verplichtingen nakomen en dat eiser in Duitsland opvang heeft ontvangen zonder problemen. Ook de vrees voor indirect refoulement is onvoldoende onderbouwd, mede gelet op recente jurisprudentie van het Hof van Justitie van de Europese Unie.
Daarom verklaart de rechtbank het beroep ongegrond en blijft het besluit van de staatssecretaris in stand. Eiser krijgt geen vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en het besluit blijft in stand.