ECLI:NL:RBDHA:2024:2586
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag op grond van Dublinverordening afgewezen
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de staatssecretaris om haar asielaanvraag niet in behandeling te nemen, omdat Nederland niet verantwoordelijk zou zijn voor de behandeling. De staatssecretaris baseerde dit op het feit dat Duitsland de verantwoordelijke lidstaat is volgens de Dublinverordening, nadat Duitsland een claimverzoek had geaccepteerd.
De rechtbank oordeelt dat de staatssecretaris voldoende heeft gemotiveerd waarom Duitsland het claimverzoek heeft geaccepteerd, onder meer op basis van een visum dat aan eiseres was afgegeven. De verklaring van eiseres dat zij niet in Duitsland is geweest, wordt door de rechtbank niet gevolgd, mede vanwege een verklaring van haar kleinzoon.
Verder heeft eiseres aangevoerd dat Nederland verantwoordelijk zou moeten zijn op grond van artikel 16 van Pro de Dublinverordening vanwege een afhankelijkheidsrelatie met familie in Nederland. De rechtbank stelt dat eiseres deze afhankelijkheid onvoldoende heeft aangetoond, mede omdat geen medische documenten zijn overgelegd die haar zorgbehoefte onderbouwen.
Ten slotte toetst de rechtbank het discretionaire besluit van de staatssecretaris om de aanvraag niet onverplicht in behandeling te nemen op grond van artikel 17 van Pro de Dublinverordening en concludeert dat er geen bijzondere omstandigheden zijn die dit vereisen. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen het niet in behandeling nemen van haar asielaanvraag wordt ongegrond verklaard.